Games Workshop

Games Workshop, Warhammer-miniatuurwinkel

Wat hebben space marines, dobbelstenen, Gandalf-poppen, verfsets en blikjes cola met elkaar te maken? Precies: het zijn cruciale onderdelen van het bordspel Warhammer. In de Games Workshop aan de Van Oldenbarneveltplaats is iedereen welkom om het spel te leren kennen. Dit jaar viert de Rotterdamse vestiging haar twintigste verjaardag.

Het is vrijdagavond zeven uur als we naast Joep van Nood (25), parttime medewerker van de Games Workshop, plaatsnemen aan een verftafel. Hij is druk doende een plastic space marine van kleur te voorzien en legt ondertussen uit wat Warhammer inhoudt: “Dit is een modelbouwhobby waarbij je je spulletjes verzamelt, bouwt, schildert en er een bordspel mee speelt.”

Van Warhammer zijn drie varianten: de traditionele versie (‘Age of Sigmar’, gesitueerd in een Middeleeuwse wereld), de science fiction-versie ‘40.000’ en een uitvoering met Lord of the Rings als thema. Welke variant je ook kiest, het is altijd een bordspel waarin legers vol orken, draken, ruimtemariniers, Gandalfs en ander moois elkaar – geholpen door dobbelstenen, een meetlint en een vuistdik boek met regels – bestrijden op een grote tafel.

Supersupervet
Joep vertelt dat de winkel zijn geld verdient door de plastic miniaturen te verkopen. “Via die modellen biedt Warhammer vijf hobby’s: het verzamelen van modelletjes, bouwen, schilderen, spelen en lezen. Want er zijn boekenkasten vol geschreven over de figuren en verhalen, bijvoorbeeld over waarom die ene space marine zo supersupervet is.”

“We zijn een community, dat maakt
het tot een heel sociale hobby”

Alle Games Workshop-winkels, 450 wereldwijd, zijn onderdeel van het overkoepelende Games Workshop. Dit veertig jaar oude bedrijf uit Nottingham produceert de bouwpakketjes en verkoopt die via zijn winkels en een webshop. In Rotterdam vind je een paar duizend modellen, grofweg de helft van het totale assortiment. Die worden verkocht door vier personeelsleden: de store manager, een fulltime medewerker en twee parttimers. Enige trots is hen niet vreemd, want de Rotterdamse locatie was de eerste in Nederland en viert aankomende september haar twintigste verjaardag.

Echt opeten!
Op deze vrijdagavond is de winkel bevolkt door twee medewerkers en een stuk of tien klanten – veelal man, jonger dan dertig en wars van de laatste modetrends. Ze staan gebogen over twee speeltafels of turen naar de plastic miniaturen die ze verven. Want hoewel de winkel enkel modellen en toebehoren verkoopt, kun je hier ook altijd terecht om andere spelers te ontmoeten, het spel te spelen of je legers te verven. Wat van buiten oogt als een sacrale tempel vol onbegrijpelijke rituelen (“Nee nee nee, twee zessen, ik kan een epic move maken, nou ga ik je opeten ook, echt opeten, mowhahaha!”), blijkt na binnenkomst een open club die je direct verwelkomt en waar je mag aanschuiven om de kneepjes van het bordspellenvak te leren. Joep: “We zijn een community voor iedereen die in dit gebied het spel speelt. Dat maakt het tot een heel sociale hobby.”

Niet pusherig
Het succes van de winkels (en dus ook die in Rotterdam) is vrijwel volledig afhankelijk van mond-tot-mondreclame. “We hebben geen reclames op internet, televisie of radio, want dat levert geen blijvende klanten op. We verkopen deze hobby door bezoekers een ervaring te bieden.” De winkels zijn daarom allereerst bedoeld om mensen de hobby te laten zien. “We hebben twee introtafels staan. Vragen mensen wat dit allemaal is, dan leg ik het heel kort uit. Dan gaan we met hen spelletjes spelen en miniatuurtjes schilderen. Vervolgens hebben we heel erg leuke starterssetjes met wat van die modelletjes, een kniptang, lijm en verf. En dan ben je hooked.”

Je hoeft daarbij nooit bang te zijn met te veel naar huis gestuurd te worden. “We kunnen absoluut niet pusherig verkopen, want dan komen mensen niet terug.” Natuurlijk zit er wel een grens aan hoe vrijblijvend het bezoek is. “Zit je hier elke dag zonder iets te kopen, dan kunnen we natuurlijk zeggen dat dit niet hoort. We blijven gewoon een winkel.”

Loyaliteit
Op het eerste gezicht zijn bezoekers van de Rotterdamse Games Workshop redelijk overeenkomstig: man, jongvolwassen, fan van fantasy, veel cola. En ja, natuurlijk komen er ook wat jongens langs die ‘sociaal wat minder vaardig zijn’. “Maar we hebben ook dames rondlopen tegenwoordig! Nou ja, ze zijn er nu niet.” Joep pakt ter illustratie een doos vrouwelijke modellen uit het schap, maar die lijken meer bedoeld voor mannelijke ogen dan voor vrouwelijke identificatie.

Wat de bezoekers in ieder geval gemeen hebben, is hun grote loyaliteit. Op een lancering van een belangrijk nieuw boek met regels kwamen honderden klanten af. Enerzijds voor de gezelligheid, anderzijds om ‘hun’ favoriete winkel te steunen. “Iedereen die hier komt, heeft een gedeelde interesse. Daarom is het hier altijd gezellig. Het voelt ook niet als werk voor mij. Ik ben de hele tijd aan het kletsen over iets wat ik zelf heel leuk vind.”

“Als wij geen bestaansrecht meer hebben,
verliezen een paar honderd mensen de plek
waar ze hun hobby kunnen uitoefenen”

Verzamelwoede
Maar wat kost dat nou, zo’n plastic leger? Joep doet wat hoofdrekenwerk en concludeert dat hij jaarlijks voor zo’n duizend euro aan materiaal inslaat. Robin Rozenburg (24), die tegenover hem aan de verftafel zit, moet lachen als hij dat bedrag hoort. Voor hoeveel heeft hij dan aangekocht? Een leuke auto? “Een heel, heel leuke auto. Misschien wel mijn eerste huis. Het zal meer dan een ton zijn. Op een gegeven moment gaf ik zo’n duizend euro per maand uit.” Joep haast zich om dat te relativeren. “Maar dat zie je hier niet vaak. Zo’n verzamelwoede is wel heel extreem.” En zo duur hoeft het ook niet te worden, weet hij, want voor 150 euro heb je al een startersdoos met twee legers, inclusief de benodigdheden om de soldaten te bouwen en te verven. “En vervolgens koop je na een paar weken, als alles klaar is, voor een paar tientjes wat extra verf of een nieuwe tank. Zo kun je heel rustig je leger uitbreiden.”

A-locatie
De Games Workshop in Rotterdam draait goed, als één van de beste in Nederland zelfs. Ten eerste omdat in de regio Rotterdam toevallig veel mensen Warhammer spelen, maar ook omdat het personeel er altijd op let dat de sfeer goed is. Zo zijn er regelmatig wedstrijden (wie bouwt en schildert in 12 uur tijd een volledige doos miniatuurtjes?) en nachtelijke events. Dat de airco al twee jaar stuk is (wat bij veel mannen in een hete winkel niet tot de prettigste taferelen leidt), wordt daarom met de mantel der liefde bedekt.
Gek genoeg zit de winkel, die toch echt voor een niche bedoeld lijkt, op een dure a-locatie in het centrum. Waarom niet naar een bedrijventerrein voor twee tientjes per maand? Dat gaat Joep weer net te ver. “We trekken een bepaald publiek, maar hier lopen ook mensen naar binnen die voor het eerst een spelletje proberen en dan zo’n starterspakket meenemen.”

Bestaansrecht
Natuurlijk is het niet enkel hosanna aan de Van Oldenbarneveldplaats. Concurrentie is bijvoorbeeld te vinden in ‘gewone’ hobbywinkels, die ook Warhammer-spullen verkopen, vaak tegen lagere prijzen dan in de Games Workshop. Maar omdat die winkels geen luxe verf- of speeltafels bieden, laat staan de netwerkfunctie, vormen die in Joeps ogen geen grote bedreiging.

Ook de eigen webshop blijkt ongevaarlijk voor het bestaansrecht van de winkel. “Natuurlijk zouden we ervan profiteren als de webshop alleen via ons zou uitleveren. Maar mensen hebben het hier naar hun zin, en zij weten dat het goed is voor de winkel als zij de spullen hier kopen. Als wij geen bestaansrecht meer hebben, verliezen een paar honderd mensen de plek waar ze hun hobby kunnen uitoefenen.”

Een ton plastic?

Een ton aan plastic uitgeven? Robin Rozenburg, al 15 jaar kind aan huis in de Rotterdamse Games Workshop, legt uit hoe dat is gekomen. Het begon allemaal in zijn puberteit. Hij spaarde toen al een paar jaar Warhammer-modellen. Als soort-van therapie voor zijn ‘boefjesgedrag’ brachten zijn ouders hem vanuit Brabant hier naartoe. “Ik moest mijn ontspanning zien te vinden. Eerst ging ik tekenen, maar dat werkte niet. Toen kwam ik dit tegen. Daar werd ik helemaal rustig van. Zo kon ik mijn zen vinden. Van een verplichting is het mijn hobby geworden.”

Sindsdien heeft hij bij de Games Workshop een netwerk aan vrienden opgebouwd die zijn hobby delen. “Ik ken deze jongens heel goed. Ik weet wat ze doen, wat ze meemaken. Het is heel sociaal. We gaan komende zondag langs bij andere mensen om een bakkie koffie te drinken en slap te ouwehoeren.” En omdat iedereen elkaar via Warhammer kent, is dat altijd het onderwerp om op terug te vallen als de  gespreksonderwerpen op zijn. “Maar we gaan zelfs met z’n allen op vakantie. We zijn dus echt een hechte groep.”

Actief zijn in deze scene is belangrijk voor Robin. Erg belangrijk zelfs. “Bij mijn exen was dit altijd een heikel punt. In het begin vonden ze het prima, maar op een gegeven moment wordt het altijd vervelend. Ik zit hier veel, en voor voetbal ben ik ook altijd al weg. Er kwam altijd een punt dat ze zeiden: kun je er niet mee stoppen of minderen? Maar dan was het altijd duidelijk: nee.” Relaties zijn daarom al meerdere keren op de klippen gelopen. “Meerdere keren door voetbal, maar minimaal ook één keer door Warhammer. Want als ik niet goed ben zoals ik ben, dan is daar de deur.”

Tekst: Inge Janse
Fotografie: Frank Hanswijk

Games Workshop
Van Oldenbarneveltplaats 452, 3012 AP Rotterdam
Telefoon: 010 280 0268

Openingstijden
maandag 11:00–17:30
dinsdag 11:00–17:30
woensdag 11:00–17:30
donderdag 11:00–21:00
vrijdag 11:00–21:00
zaterdag 11:00–17:30
zondag 12:00–17:00

Advertisements
%d bloggers like this: